Welke onderdelen van je woning checkt een energieadviseur?
Je huis voelt misschien prima aan: warm genoeg in de winter, niet té benauwd in de zomer, en de energierekening is “wel oké”. Toch kan er onder de motorkap van je woning van alles spelen. Een energieadviseur kijkt met een frisse, deskundige blik naar plekken waar warmte weglekt, waar installaties onnodig veel verbruiken en waar je zonder grote verbouwing al winst kunt halen.
Maar wat bekijkt zo iemand nu precies? Hieronder loop ik met je door de belangrijkste onderdelen van je woning die vrijwel altijd op de checklist staan. Handig als je je wilt voorbereiden op een adviesgesprek, een energielabel nodig hebt, of gewoon wilt weten waar je het meeste verschil maakt.
1. De schil van je woning: waar warmte kan ontsnappen
De “schil” is alles wat binnen en buiten van elkaar scheidt. Denk aan dak, gevels, vloer, ramen en deuren. Een energieadviseur beoordeelt hier vooral de isolatiewaarde en de staat.
Dakisolatie
Warmte stijgt op. Daarom is het dak vaak een van de grootste verliesposten, zeker bij oudere woningen. De adviseur kijkt:
• of er isolatie aanwezig is (en hoe dik),
• welk materiaal het is,
• of er kieren of vochtplekken zijn.
Gevel- en spouwmuurisolatie
Bij woningen met een spouwmuur kan spouwisolatie veel opleveren. De adviseur checkt onder andere bouwjaar en type muur, en zoekt aanwijzingen of er al eerder is geïsoleerd.
Vloerisolatie en kruipruimte
Koude voeten zijn vaak een signaal. De energieadviseur kijkt naar:
• isolatie onder de vloer,
• de toegankelijkheid en conditie van de kruipruimte,
• vocht en ventilatie (want een vochtige kruipruimte kan isolatie minder effectief maken).
2. Ramen, glas en kozijnen: meer dan alleen “dubbel glas”
Glas is een bekend aandachtspunt. Een energieadviseur kijkt niet alleen of je dubbel glas hebt, maar welk type:
• enkel glas,
• standaard dubbel glas,
• HR++ of triple glas.
Ook kozijnen tellen mee. Hout, kunststof en aluminium hebben elk hun eigenschappen. Daarnaast let de adviseur op kierdichting rondom ramen en deuren. Een kleine kier kan ongemerkt veel warmteverlies geven, plus tochtklachten.
Praktische tip: merk je dat gordijnen bewegen terwijl alles dicht zit? Grote kans dat er ergens lucht langs komt. Dat soort signalen neemt een adviseur mee.
3. Ventilatie: frisse lucht zonder onnodige warmte te verliezen
Ventilatie is een onderwerp waar veel mensen gemengde ervaringen mee hebben. Te weinig ventilatie geeft vocht, schimmel en een muffe lucht. Te veel (of verkeerd) ventileren kan juist warmte verspillen.
Een energieadviseur kijkt naar het type ventilatie:
• natuurlijke ventilatie via roosters en ramen,
• mechanische afzuiging (bijvoorbeeld in keuken/badkamer),
• balansventilatie met warmteterugwinning (WTW).
Ook wordt gekeken of roosters open kunnen, of ventielen schoon zijn en of de afzuiging goed werkt. Bij sommige woningen is een simpele verbetering (zoals juiste instellingen of onderhoud) al merkbaar in comfort én verbruik.
4. Verwarming en warm water: ketel, afgiftesysteem en instellingen
Hier gaat het vaak over de cv-ketel, warmtepomp of stadsverwarming, maar het verhaal is breder dan “welk apparaat hangt er”.
Warmtebron
De adviseur beoordeelt onder meer:
• type installatie (cv, hybride, all-electric, stadswarmte),
• bouwjaar en rendement,
• onderhoudstoestand.
Afgiftesysteem
Radiatoren, convectoren en vloerverwarming werken allemaal anders. Er wordt gecheckt:
• of radiatoren groot genoeg zijn voor lagere watertemperaturen (belangrijk bij hybride of warmtepomp),
• of er thermostaatkranen zitten,
• of waterzijdig inregelen zinvol is.
Regeltechniek
Een slimme thermostaat kan helpen, maar alleen als de instellingen kloppen. De adviseur kijkt naar stooklijnen (bij lage temperatuur), nachtverlaging, en het gebruik van zones.
5. Zonne-energie en elektra: opwek, verbruik en slimme keuzes
Als er zonnepanelen liggen, bekijkt de adviseur doorgaans:
• aantal panelen en ligging,
• omvormer (type en leeftijd),
• indicatie van opbrengst versus verbruik.
Liggen er nog geen panelen? Dan wordt gekeken of het dak geschikt is (oriëntatie, schaduw, beschikbare ruimte). Ook het elektriciteitsverbruik speelt mee: veel huishoudens kunnen besparen door sluipverbruik aan te pakken of grote verbruikers (zoals droger of oude vriezer) te vervangen.
6. Bewijs en details: documenten, oppervlaktes en bouwkundige kenmerken
Voor een energielabel of een goed onderbouwd advies zijn details belangrijk. Daarom zal een energieadviseur ook vragen om of kijken naar:
• bouwjaar en type woning,
• oppervlaktes (vloeroppervlak, geveloppervlak),
• aanwezige isolatiebewijzen (facturen, foto’s, certificaten),
• type glas en eventuele markeringen,
• installatiespecificaties.
Heb je documentatie? Leg die alvast klaar. Dat scheelt tijd en maakt de beoordeling nauwkeuriger.
7. Wat levert zo’n check jou op?
Het fijne aan een woningcheck door een energieadviseur is dat je niet alleen hoort “wat beter kan”, maar ook:
• welke maatregelen het meeste effect hebben,
• wat logisch is qua volgorde (eerst isoleren, dan installatie),
• wat het doet voor comfort (minder tocht, gelijkmatigere warmte),
• welke stappen passen bij jouw budget en plannen.
Wil je meerdere opties vergelijken? Dan kan het slim zijn om prijzen op te vragen via EnergielabelOffertes.nl. En als je breder kijkt dan alleen energie, bijvoorbeeld naar materialen, levensduur en woonkwaliteit, dan is duurzaamheid een handige invalshoek om mee te nemen.