ACM doet onderzoek naar leveranciers stadswarmte
De Autoriteit Consument en Markt gaat onderzoek doen naar vier leveranciers van stadsverwarming, omdat zij in 2024 duidelijk meer winst leken te maken dan volgens de regels is toegestaan. Voor huishoudens die zijn aangesloten op een warmtenet is dat geen klein detail, want wie stadswarmte heeft zit vast aan één aanbieder en kan niet even overstappen naar een andere energieleverancier. Juist daarom ligt elke euro aan tarief en elke procent winst gevoeliger dan men soms denkt.
Waarom de winst bij stadswarmte aan banden ligt
Bij warmtenetten geldt al jaren een strak toezichtregime, waarbij de ACM ieder jaar maximumtarieven vaststelt voor levering aan huishoudens en andere kleinverbruikers. Daarbovenop is er een rendementsnorm, een soort bovengrens voor de winst, van 6,8 procent op de warmtelevering aan deze groep. Het idee daarachter is redelijk eenvoudig, maar in de praktijk best een spagaat. Energieleveranciers moeten genoeg verdienen om warmtenetten te onderhouden en uit te breiden, terwijl consumenten beschermd moeten worden tegen onredelijk hoge tarieven waar zij geen alternatief voor hebben.
Wat de ACM is opgevallen
Uit de controle over 2024 komt naar voren dat vier vergunninghouders aanzienlijk hoger uitkwamen dan die 6,8 procent, in sommige gevallen tot rond de 15 procent rendement. Dat is niet per definitie verboden winstbejag, maar het is wel een rode vlag voor de toezichthouder. De ACM wil nu tot op detailniveau reconstrueren hoe deze winsten zijn ontstaan, gaat het om toevallige meevallers, bijvoorbeeld lagere inkoopkosten of een eenmalige boekhoudkundige plus, of wijzen de cijfers op structureel te hoge tarieven voor klanten. Daarbij wordt meteen ook het jaar 2025 grondig doorgelicht. Blijkt dat de norm in meerdere jaren is overschreden, dan kan de ACM de betrokken bedrijven verplichten om de tarieven voor 2027 zodanig te verlagen dat een vorm van compensatie voor klanten ontstaat.
Wie spelen er mee op deze markt
De toezichthouder noemt de vier onderzochte bedrijven niet bij naam. Wel weten we dat ongeveer driekwart van de markt in handen is van drie grote spelers, Eneco, Ennatuurlijk en Vattenfall. In totaal zijn grofweg 700.000 huishoudens afhankelijk van stadsverwarming, dat is zo rond de 8% van alle Nederlandse huishoudens. Opvallend detail is dat bijna de helft van de warmteleveranciers juist verlies draait op levering aan kleinverbruikers. Dat tekort kan investeringsplannen onder druk zetten en daarmee de verduurzaming vertragen, zoals we nu al zien bij projecten waar de aanleg van nieuwe warmtenetten is uitgesteld of zelfs gepauzeerd.
Voor huishoudens met stadswarmte verandert er nog niets, er volgt geen onmiddellijke teruggaaf of plotselinge tariefdaling. De uitkomst van het onderzoek kan op termijn wel degelijk schelen in de portemonnee, met name als de ACM tot de conclusie komt dat meerdere jaren achter elkaar teveel winst is gemaakt en corrigerende tariefmaatregelen nodig zijn. Tot die tijd blijft voor bewoners eigenlijk maar één echte knop over, het eigen verbruik zo laag en zo slim mogelijk houden, met isolatie, zuinig stoken en goed inzicht in het warmteverbruik als eerste verdedigingslijn tegen een te hoge rekening.